Elke groep kinderen werkt anders. Niet alleen door leeftijd, maar ook door hoe ze beginnen en verder werken. In de gastlessen valt me vaak op hoe snel kinderen een eigen beeldtaal ontwikkelen zodra ze de ruimte krijgen om te onderzoeken.
Ruimte om te ontdekken
In de lessen werk ik met elementen uit zowel klassieke als moderne kunsttechnieken. Dat geeft houvast, maar laat ook ruimte om te experimenteren. Het doel is niet dat iedereen hetzelfde maakt, maar dat er aandacht is voor vorm, compositie en kijken.
Juist wanneer er geen vast eindbeeld is, ontstaan er verrassende keuzes. Een lijn die bewust wordt herhaald. Een kleur die ineens het hele beeld bepaalt. Dat zijn momenten waarop een tekening iets eigens krijgt.
Beeldtaal groeit in de praktijk
Wat kinderen maken, vertelt vaak meer dan ze zelf kunnen verwoorden. Door samen te kijken naar het werk, zonder oordeel, wordt duidelijk hoe beeldtaal zich ontwikkelt. Niet door uitleg alleen, maar door te doen, te proberen en opnieuw te kijken.
Die observaties neem ik ook mee in mijn eigen illustratiewerk. Het werken met kinderen scherpt mijn aandacht voor eenvoud, helderheid en betekenis in beeld. Zo ontstaat een inkijkje in het werk en de momenten waarop beeld en verhaal samenkomen.

